Het loofhuttenfeest is het slotfeest van alle feesten en  tegelijk ook het meest vrolijke feest. De cyclus van de zes jaarlijkse feesten wordt afgesloten en de opmaak naar Pesach zit er al in. Het is een cyclus van zeven feesten, waarvan alleen de Sabbat wekelijks gevierd wordt, de overige slechts eenmaal per cyclus.  Chag haSoekot (feest van de loofhut). Soekka = tijdelijk bouwsel, tent, huisje, afdakje, hut, beschutting. Niet een luxe huisje of een mooi gemaakt solide huis. Maar iets waar je beschutting in kan vinden. Jesaja 4:6 ”Dan zal een hut dienen tot schaduw overdag tegen de hitte, en als toevlucht en schuilplaats tegen de vloed en tegen de regen.” Zo zou het ook ‘het feest van de beschutting’ genoemd kunnen worden. Israël moest in hutten wonen omdat de Eeuwige hen in de woestijn had beschermd. Het Latijnse woord voor soekka is Tabernaculum. Daar komt ons woord Tabernakel vandaan, de tent der samenkomst die de Israëlieten meevoerden in de woestijn. De Engelsen noemen het Loofhuttenfeest het ´Feast of Tabernacles´.  

Leviticus 23:39-43 Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen lang vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag. Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen lang voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verblijden. Dat feest voor de HEERE moet u per jaar zeven dagen lang vieren. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door. In de zevende maand moet u het vieren. Zeven dagen moet u in loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God. 

Ook dit is weer een oogst feest, het derde oogstfeest. Het is aan het eind van het oogstseizoen. In Exodus 16:16 wordt dit benadrukt:  

“Ook het Feest van de oogst, van de eerste vruchten van uw werk, van wat u op de akker gezaaid hebt. En het Feest van de inzameling, aan het einde van het jaar, wanneer u de vruchten van uw werk van het veld ingezameld hebt.

Naast het feit dat het een oogstfeest is, is het ook een herdenking voor de bescherming door God in de woestijn en voor de tijdelijkheid van hun bestaan in de omstandigheden van de “woestijn”. God liet het volk in tenten wonen tijdens de reis. Tijdens dit feest worden ze herinnerd aan Zijn voorzienigheid, bescherming en dat Hij zorgde voor water en brood. Volgens joods gebruik mag de soekka niet helemaal dicht zijn, je moet de sterren er doorheen kunnen zien. Traditiegetrouw leest het joodse volk het boek Prediker tijdens dit feest. Het is een vrij ontnuchterend boek, dat vooral spreekt over de tijdelijkheid van ons bestaan en dat je niet te hoog van jezelf moet denken. Het moet ook een ‘fragiel’ huisje zijn, niet stevig. Dit zegt iets over de kwetsbaarheid van ons bestaan. Maar ook van het tijdelijke; we zijn niet voor deze wereld bestemd, dit is een tijdelijke plaats. Veelal denken we dat alles draait om het huidige leven hier op aarde. Daar spannen we ons voor in, maken carrière, kopen huizen en auto’s en denken dat we binnen zijn. Overigens denken we ook wel eens zo over ons geloofsleven. `ik ben gered en nu kan me niets meer gebeuren, ik kan gaan rusten….` Het is een tijdelijk onderkomen, geen vast huis en eindstation. Tenminste, daar moet onze aandacht niet op gericht zijn, maar op Zijn wederkomst en heerschappij. We mogen gaan leven in Hem, 

Psalm 27:4-5 “Eén ding heb ik van de HEERE verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de HEERE, al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel. Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut op de dag van het onheil. Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent.” 

We zijn niet veilig en geborgen in onze stevige huizen, met onze toekomst, geld en bestaanszekerheid. Maar onze zekerheid is in Hem, in het leven van Jesjoea. Deze loofhuttenfeestweek herinnert ons daar weer aan en helpt ons om gericht te blijven op zaken waar het werkelijk om gaat en waar we naar op reis naar toe zijn, naar Zijn Koninkrijk op deze aarde.  

Tijdens het feest speelt water een belangrijke rol. Water werd geput uit de bron van Siloam, onder aan de oude stad van David en vervolgens omhoog gedragen naar de top van de Tempelberg. Een hele ceremonie. Elke dag van het feest werden de kruiken met water in een grote stoet omhoog gedragen. Op de zevende dag gebeurde dit zelfs zeven keer. Daarna werd het water over het altaar gegoten en brak er een vreugdevol gejuich uit. Men zong en danste van vreugde.  

Jesjoea vierde het Loofhuttenfeest. Johannes 7:37-38 “En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” Hier maakt Jesjoea de verbinding met de ceremonie van het water op het feest. Hij zegt eigenlijk: “waar jullie van zingen dat ben Ik”. Hij is de bron van levend water en wie tot Hem komt zal nooit meer dorst hebben en hoeft geen jaar te wachten tot het volgende Loofhuttenfeest. Maar omdat Hij de bron is, zal er altijd water zijn! Zo zijn er veel meer messiaanse verwijzingen in dit feest, een voorbeeld: Jesjoea heeft onder ons gewoond, Johannes 1:14 “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Enig geborene van de Vader), vol van genade en waarheid.” Het woordje ‘gewoond’ mag je hier ook vertalen met ‘getabernakeld’ in een ‘tent gewoond’. 

Na een feestweek van zeven dagen moest er op de achtste dag een bijzondere samenkomst gehouden worden. De achtste dag komt regelmatig voor in de Bijbel en heeft een bijzonder betekenis. Het vormde hier geen apart feest maar de afsluiting van het Loofhuttenfeest. Tegelijkertijd is deze 8e dag ook de afsluiting van alle feesten.  

Leviticus 23:39 “Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen lang vieren. Op de eerste dag is het een rustdag en op de achtste dag is het een rustdag.”

In de Joodse traditie werd de dag na de achtste dag, dus de negende dag, steeds belangrijker en vierde men de vreugde van de wet, Simchat Torah. De invoering ervan is terug te vinden in de mondelinge Tora. De cyclus van het lezen vanuit de Tora (parasaja = lezing) wordt afgesloten. Na de middeleeuwen is deze dag verder uitgegroeid tot een vreugdevolle dag, waar de mannen dansen met de Tora rollen door de synagoge en op straat. Vanaf die tijd kreeg het feest ook de naam Simchat Tora. Echter wordt daarmee de Tora op eens steeds hoger voetstuk geplaatst. Daar ligt een gevaar. Je ziet dit ook wel in messiaanse gemeenten gebeuren. Natuurlijk is de Tora prachtig en belangrijk, de wet geeft ons leven en vreugde en God openbaart zich hierin, het zijn Zijn leefregels. Maar uiteindelijk moet dit wel gericht zijn op Jesjoea, Hij is het vleesgeworden Woord. Er mag geen aanbidding zijn van de Tora rol als materiaal, als beeltenis. Maar onze aanbidding moet gericht zijn op God, op Jesjoea! 

Profetisch ziet het Loofhuttenfeest uit naar de prachtige tijd dat Jesjoea over deze aarde zal regeren vanaf de troon van David. De duivel is dan gebonden en kan de volken niet meer verblinden. Het gevolg is dat dit de tijd zal zijn dat een grote oogst binnengehaald zal worden uit alle volken. In Zacharia 14 wordt zelfs uitgebreid vermeld dat in die tijd alle volken het Loofhuttenfeest zullen vieren:
Zach 14:16-19 “Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren. Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen. Als het geslacht van de Egyptenaren, waarop geen regen is gevallen, niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heidenvolken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heidenvolken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren.”
Jesaja vermeldt dat God in deze tijd een bijzondere beschutting zal Zijn over Zijn volk.
Jesaja 4:5-6 “dan zal de HEERE over elke plaats op de berg Sion en over de samenkomsten ervan overdag een wolk scheppen en rook, en 's nachts een schijnsel van vlammend vuur; ja, over alles wat heerlijk is, zal een beschutting zijn. Dan zal een hut dienen tot schaduw overdag tegen de hitte, en als toevlucht en schuilplaats tegen de vloed en tegen de regen.”

Leviticus 23:27-32 “Alleen op de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verzoening voor u te doen. Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 
En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. 's Avonds, op de negende dag van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de volgende avond.” 

Ook dit feest is precies vastgesteld, net als alle andere feesten. De datum staat erbij, dus daar is geen misvatting over nodig. Bij dit feest staat er expliciet bij dat dit feest alleen op de tiende van de zevende maand gevierd mag worden. De zevende maand is de maand Tisjrie, in 2017 start deze maand op 21 september.  

Leviticus 16:5-8 Van de gemeenschap van de Israëlieten moet hij twee geitenbokken nemen als zondoffer en één ram als brandoffer. Dan moet Aäron de jonge stier aanbieden als zondoffer dat voor hem bestemd is, en voor zichzelf en zijn gezin verzoening doen. Hij moet ook de beide bokken nemen en die voor het aangezicht van de HEERE plaatsen, bij de ingang van de tent van ontmoeting. Aäron moet namelijk het lot over de twee bokken werpen: één lot voor de HEERE en één lot voor de weggaande bok. 

In Leviticus 16 wordt precies beschreven welke offerriten er uitgevoerd moesten worden op grote verzoendag. Doordat het een reiniging was van alle zonde van zowel de priesters als het volk waren dat uitgebreide offers.  De offerriten van de Verzoendag verschaffen de volledige reiniging van alle zonde die Gods volk had begaan.De totaliteit van de reiniging wordt verschillende keren in Leviticus 16 benadrukt met de uitdrukking “al uw zonde” (Lev. 16:16, 30, 34). Leviticus 16:16a Zo moet hij over het heiligdom verzoening doen vanwege de onreinheden van de Israëlieten en vanwege hun overtredingen, overeenkomstig al hun zonden.

30 Want op deze dag wordt voor u verzoening gedaan om u te reinigen. Van al uw zonden wordt u voor het aangezicht van de HEERE gereinigd.
34 Dit is voor u tot een eeuwige verordening om voor de Israëlieten eenmaal per jaar verzoening te doen voor al hun zonden. En men deed zoals de HEERE Mozes geboden had.

In tegenstelling tot de offerriten van de stier en de bok voor de Heer, droeg de rite van de zondebok niet het karakter van een offer. De functie van deze rite was het wegdoen van de zonde van het volk in een woestijn gebied waar geen leven is. De nadruk die tijdens de Verzoendag lag op oordeel en verzoening. Vasten en gebed was bedoeld om de Israëlieten belangrijke lessen in te prenten. In Gods woord wordt het verootmoedigen vaak gekoppeld aan vasten. Dat is zeker van toepassing bij dit feest, waarin de nadruk ligt op gereinigd worden en verootmoedigen voor God. Dat doe je in afhankelijkheid van God en niet in afhankelijkheid van voedsel. Het is natuurlijk geen verplichting, maar wel een mooi voorbeeld.
Jesjoea noemt het vasten uitvoerig in Mattheus 6:16-18 “En wanneer u vast, toon dan geen droevig gezicht, zoals de huichelaars. Zij vervormen namelijk hun gezicht, zodat zij door de mensen gezien worden als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben. Maar u, als u vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht, zodat het door de mensen niet gezien wordt als u vast, maar door uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.” 

De Grote Verzoendag was een dag van nationale verootmoediging voor gezamenlijke zonden en je eigen individuele zonden. In Leviticus 16 hebben we gelezen dat op deze dag de hogepriester twee bokken offerde, nadat hij een jonge stier als zondoffer voor zichzelf en zijn gezin gebracht had. (Voor ons ook een belangrijke les: hoe treden wij de mensen tegemoet? Zorgen we dat we vergeven en opgeruimd zijn?) Daarmee mocht hij het Heilige der Heilige in. Nadat hij het lot geworpen had werd de eerste geit geslacht en verbrand als offer voor de zonden van het volk. De hogepriester sprenkelde het bloed van deze bok op het verzoendeksel van de ark in het Heilige der Heiligen. Op deze allerheiligste plaats mocht alleen hij, éénmaal per jaar voor deze gelegenheid komen. De tweede bok was de zondebok. Door schuld te belijden, legde de hogepriester de zonde van zichzelf en het volk op de bok, die vervolgens de woestijn in werd gestuurd.  

Leviticus 16:21 “Aäron moet zijn beide handen op de kop van de levende bok leggen en al de ongerechtigheden van de Israëlieten belijden, al hun overtredingen, overeenkomstig al hun zonden. Hij moet die op de kop van de bok leggen en hem door de hand van een man, die daarvoor gereedstaat, de woestijn in sturen.”  

Schuld belijden is ons wat vreemd geworden, zeker in het openbaar. In hoeverre de hogepriester hier alles letterlijk hardop uitsprak weten we niet. Wel weten we dat hij schuld beleed van alle overtredingen en zonden van de Israëlieten. Natuurlijk is hier de prachtige Messiaanse vervulling te zien in het offer wat Jesjoea bracht. Verwijzingen te over:

  • Hebreeën 6:18-20 “Opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden.Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel. Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de verordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.
  • Hebreeën 9:11-14 “Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!” 
  • Hebreeën 10:10 “Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens en voor altijd gebracht.”

Daarom is het zo bijzonder dat we jaarlijks dit feest met elkaar vieren en we er blijvend van bewust zijn welk offer Jesjoea gebracht heeft. Zeker als je kijkt naar de vele offers die gebracht moesten worden tijdens alle feesten, ook tijdens dit feest. Dan waren de offers niet alleen veel werk, maar ze waren uiteindelijk ook onvolkomen. Ze moesten elk jaar weer gedaan worden. 

Natuurlijk heeft Grote Verzoendag ook alles te maken met het komende oordeel en heerschappij van Jesjoea. Alles in Gods Woord wijst naar de wederoprichting van heel de schepping. In openbaring (bijvoorbeeld hoofdstuk 19-22) wordt dit uitvoerig uitgewerkt en zijn de verbindingen met Grote Verzoendag overduidelijk. 

De Grote Verzoendag belichaamt in het oude en nieuwe testament het goede nieuws dat God, door het offer van Jesjoea, voor de reiniging van zonde en het herstel van de omgang met Hem zorgt. In een tijd waarin vele gelovigen het vernietigde isolement ervaren dat zonde met zich meebrengt, heeft de Verzoendag een boodschap van hoop. Gelovigen krijgen opnieuw de verzekering dat Jesjoea spoedig voor de tweede keer zal verschijnen, zoals de hogepriester op de verzoendag voor de tweede keer verscheen als hij uit het heiligdom kwam. Hij komt met het oordeel, om satan te binden, gelovigen te reinigen en hen terug te brengen in een harmonieuze relatie met Hem. Een dergelijke hoop geeft reden elkaar aan te sporen. Hebreeën 10:25b “…elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.”

Aansluitend op Pesach  
Als er één feest is dat zo verbonden is met de identiteit van Israël, dan is dat Pesach. Met Pesach wordt er niet alleen een volk verlost, maar ook een volk geboren. We lezen in Exodus dat er niet alleen Israëlieten uittrokken. Exodus 12:38 “Ook trok een grote groep van mensen van allerlei herkomst met hen mee, en kleinvee en runderen, zeer veel vee.”  Dit brengt Pesach meteen dicht bij huis. Wij zijn ook mensen van allerlei herkomst, gelovigen uit de heidenen. Door het geloof in de God van Israël, mogen wij delen in de redding en verlossing van Israël. Efeze 2:13-20 “Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is. In die wetenschap mogen ook wij Pesach, het feest van de bevrijding en verlossing vieren, in verbondenheid met Israël.  In de week van ongezuurde broden ging het vooral om heiliging en afhankelijkheid van God.

Na het ontvangen van het offer van Jesjoea, begint onze levensheiliging. De gist die na Pesach nog gevonden werd in het huis deed men direct weg. De gist voor Pesach wegdoen is de bekering. Daarna begint de praktijk van alle dag, dan kun je nog iets tegenkomen, maar dan wel direct wegdoen! Gist is slechts een symbool en niet waar het om gaat, het gaat om het onreine, de zonde. Je eet immers na deze week gewoon weer gist, maar je begint niet opnieuw met zondigen. Paulus roept ons duidelijk op in de eerste brief van Korintiërs om het feest van de ongezuurde broden te vieren. Hij roept ons op om een christelijke, reine levenswandel te ontwikkelen, vrij van onreinheid en zonde. 1 Korinthe 5:6-8 “Uw roem is niet goed. Weet u niet dat een klein beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt? Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.


Tussen Pesach en week van de ongezuurde broden, zat nog een belangrijke gebeurtenis. Namelijk het beweegoffer, de eerstelingsgarve. Deze gebeurtenis wordt niet gezien als een feestdag. Leviticus 23:11 “Hij (de priester) moet de schoof voor het aangezicht van de HEERE bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” De vervulling in Jesjoea vinden we op de eerste dag van de week, toen de vrouwen en discipelen het lege graf ontdekten. Hij is de Eersteling. 1 Korinthe 15:20 “Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.”   Alles op aarde, inclusief dieren, mensen en oogst moest geheiligd worden voor God, moest aangeboden worden aan Hem. Deuteronomium 26:10 “En nu, zie, ik heb de eerstelingen van de vruchten van het land dat U, HEERE, mij gegeven hebt, gebracht. Dan moet u ze neerzetten voor het aangezicht van de HEERE, uw God, en u neerbuigen voor het aangezicht van de HEERE, uw God.”   Exodus 13:1-2 “Toen sprak de HEERE tot Mozes: Heilig voor Mij alle eerstgeborenen: alles wat de baarmoeder opent onder de Israëlieten, van de mensen en van het vee, dat behoort aan Mij toe.”  Paulus stelt dat als de eerstelingen heilig zijn dan is de hele oogst heilig.
Zie Romeinen 11:16 “En als de eerstelingen heilig zijn, dan het deeg ook, en als de wortel heilig is, dan de takken ook.”  Israël was de eerste opbrengst van Gods werk en was daarmee geheiligd en apart gezet voor God.  Jeremia 2:3 “Israël was heilig voor de HEERE, de eersteling van Zijn opbrengst. Allen die deze opaten, werden schuldig, onheil kwam over hen, spreekt de HEERE.” Na de uittocht uit Egypte ging het volk op weg naar de Horeb om de wet in ontvangst te nemen. Een weg door de woestijn; richting Shavuot.  Het feest van de ongezuurde broden is het eerste opgangsfeest: Deuteronomium 16:16 “Drie keer per jaar moet alles wat mannelijk is onder u, verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen: op het Feest van de ongezuurde broden, op het Wekenfeest en op het Loofhuttenfeest.  Men mag echter niet met lege handen voor het aangezicht van de HEERE verschijnen.

De week van ongezuurde broden 
Aansluitend op de sederavond, volgt de week van ongezuurde broden. 

De eersteling 
Leviticus 23:10-16 “Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. Hij moet de schoof voor het aangezicht van de HEERE bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de Sabbat moet de priester de schoof bewegen. U moet op de dag dat u de schoof beweegt, een lam zonder enig gebrek van een jaar oud als brandoffer voor de HEERE bereiden, met een bijbehorend graanoffer van twee tiende efa meelbloem, met olie gemengd, als een vuuroffer voor de HEERE, een aangename geur, en een bijbehorend plengoffer van een kwart hin wijn. U mag geen brood, geroosterd graan en vers graan eten tot op deze zelfde dag dat u de offergave van uw God gebracht hebt. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden. U moet dan vanaf de dag na de Sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. Tot de dag na de zevende Sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u de HEERE een nieuw graanoffer aanbieden. 

Pesach is net als Loofhuttenfeest een oogstfeest. De gerst- en tarweoogst vallen in Israël veel eerder dan bij ons. 

Er mocht door het volk niet geoogst worden, voor de ceremonie van de eerstelingsgarve, de eerste schoof. De eerste schoof moest naar de Priester in de Tempel worden gebracht. Pas daarna mocht er geoogst worden en van de nieuwe oogst worden gegeten. Deze dag van de eersteling verwijst naar Jesjoea die als eersteling uit de dood opstond. 1 Korinthe 15:20 “Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.” Jesjoea is op de eerste dag van de week verschenen aan zijn discipelen. De Ceremonie van de eerstelingsgarve is het begin van de telling (50 dagen/7 weken + 1 dag) tot Shavoeot (het Wekenfeest) ook Pinksteren genoemd. In deze periode van 50 dagen wordt de vroege oogst binnengehaald. 

Ongezuurde broden 
De eerste dag (15e Nisan) is een Sabbat en de zevende dag (21e Nisan) is een Sabbat. Dit zijn heilige samenkomsten. Daar tussen is een week waarin alleen ongezuurd, zonder gist gegeten mag worden. Exodus 12:18-20 “In de eerste maand moet u ongezuurde broden eten vanaf de avond van de veertiende dag van de maand tot de avond van de eenentwintigste dag van de maand. Zeven dagen lang mag in uw huizen geen zuurdeeg gevonden worden, want ieder die iets gezuurds zal eten, die persoon moet uit de gemeenschap van Israël uitgeroeid worden, of hij nu een vreemdeling is of een ingezetene van het land. U mag niets eten wat gezuurd is. In al uw woongebieden moet u ongezuurde broden eten.

Dit verwijst in de eerste plaats naar de uittocht. De Israëlieten hadden het deeg uit Egypte meegenomen, nog voordat het gerezen was. Van dat deeg hebben ze nog een aantal dagen broden kunnen bakken, ongezuurd dus. Gist is een beeld van de zonde die we moeten verwijderen uit ons leven. Op een hele praktische manier worden we er aan herinnerd en actief aangezet om zonden uit ons leven weg te doen.  Pesach is dus niet alleen een feest van verzoening en verlossing, door het bloed van het Lam, maar het is ook een feest van levensheiliging. Eerst de verzoening door het bloed van Jesjoea, daarna volgt de levensheiliging. Dit is de juiste volgorde, dit werkt niet andersom!  1 Korinthe 5:7-8 “Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.”  Wij zijn dus ongezuurd, omdát ons Paaslam is geslacht. Het oude zuurdeeg hoort niet bij ons nieuwe leven. Dat is de les.  

Leviticus 23:23-25 “De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag aangekondigd door Bazuingeschal, een heilige samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen en u moet de HEERE een vuuroffer aanbieden.

 Numeri 29:1 “In de zevende maand nu, op de eerste dag van de maand, moet u een heilige samenkomst houden; geen enkel dienstwerk mag u dan doen. Het is voor u een dag aangekondigd door bazuingeschal.”

andere vertalingen bij Numeri 29:1:  

  • “het zal u een dag des geklanks zijn”
  • “de eerste dag van de zevende maand zullen de hoorns schallen” 
  • “een dag van geschal”

Deze dag wordt Jom Teroea (dag van bazuingeschal) en Rosh Hashana (voor het joodse volk is dit een nieuwjaarsfeest, hoofd der dagen, start van een nieuw jaar) genoemd. Het is de start van het nieuwe begin en het afsluiten van iets ouds. Voor veel Joodse mensen beginnen nu de tien dagen van inkeer, als voorbereiding op Grote Verzoendag. We mogen vooruitkijken naar de komst van Messias, de laatste bazuin klinkt, Hij komt!  

Het is een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal. In Numeri lezen we dat er naast het vuuroffer, nog meer offers gebracht moesten worden: 

  • Brandoffer
  • Het bijbehorende graanoffer
  • Een geitenbok als zondoffer
  • Maandelijks brandoffer, met bijbehorend graanoffer (het was immers de eerste van de maand) 
  • Het voortdurende brandoffer, bijbehorende graanoffer, bijbehorende plengoffers

Dat was nogal wat, daar vulde je de dag wel mee. Daarnaast was het een sabbat. Het is een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal! Wat moesten ze gedenken? Helaas staat dat er niet. We zullen de rest van de Bijbel moeten onderzoeken om te zien welke betekenis dit feest voor ons heeft.Maar het begrip ‘gedenken’ kennen we wel; dit wordt veel in Gods Woord genoemd. De aankondiging door een bazuin kennen we ook wel. Ook dit wordt veelvuldig in Gods Woord genoemd, alleen al 23 keer in het tweede testament waarvan 14 keer in het boek Openbaring. Een rustdag, een gedenkdag aangekondigd met bazuingeschal, geen werk verrichten. Dat is een beetje een summiere omschrijving, wat moet je nu doen?  Blazen op de sjofar is voor ons niet gebruikelijk, voor Israël wel. Ze hebben 3000 jaar geleden de opdracht gekregen om de sjofar te blazen bij de nieuwe maan en de feesten: Psalm 81:4-5 “Blaas op de bazuin bij nieuwe maan, bij volle maan, op onze feestdag. Want dit is een verordening in Israël, en bepaling van de God van Jacob.”  En dat hebben ze altijd gedaan, zelfs toen ze verstrooid onder de volken waren, tot in de concentratie kampen aan toe!  

Op veel plaatsen in de Bijbel wordt er gesproken over de sjofar of bazuin, een aantal voorbeelden op een rij: 

  • Genesis 22, Abraham moest zijn zoon Isaak offeren en God voorzag in een offer, een ram die met zijn horens verschrikt zat in de struiken. De eerste verwijzing naar een ramshoorn, die gebruikt werd voor het maken van de sjofar. (In vers 4 vinden we ook een verwijzing naar Jesjoea, naar het offer dat Hij bracht en dat Hij vervolgens na drie dagen opstond. Abraham sloeg op de derde dag van de reis zijn ogen op naar de plaats waar hij zijn zoon zou gaan offeren. Genesis 22: 4 “Op de derde dag sloeg Abraham zijn ogen op, en hij zag die plaats in de verte.”)
  • Exodus 19, toen de wet op de berg Sinaï gegeven werd aan het volk, klonk de bazuin. Pas als de ramshoorn klonk mocht het volk opklimmen. Het volk moest zich gereed maken, zich heiligen, want op de derde dag (weer een verwijzing naar Jesjoea) zou God namelijk voor de ogen van het hele volk neerdalen op de berg Sinaï. Met zijn wet komt Hij naar het volk, waar oordeel en genade beiden in begrepen zijn.
  • Exodus 19:16-20 “En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was beefde.Mozes leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg. De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig. Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem. Toen daalde de HEERE neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. De HEERE riep Mozes naar de top van de berg en Mozes klom naar boven. 
  • Ook wordt er in de Psalmen veel opgeroepen om de bazuin te laten klinken.

Als de bazuin klonk dan stond er wat te gebeuren, dan was er verwachting, een aankondiging. 

Dat is duidelijk te zien in de geschiedenis van Jericho. We kennen de geschiedenis, het volk moest met zeven priesters achter de Ark aan, om de stadsmuren heenlopen en op zeven ramshorens blazen. Ze mochten niet praten, alleen maar bazuingeschal: aankondiging van het oordeel over Jericho en aankondiging van de overwinning. Op de zevende dag; zeven keer rondlopen en dan juichen, de muren gingen neer. Indrukwekkend schouwspel, niet praten alleen de bazuin klonk, een hemels geluid, een aankondiging.
Jozua 6:1-17 “Jericho was volkomen gesloten vanwege de Israëlieten: er ging niemand uit en er ging niemand in. Toen zei de HEERE tegen Jozua: Zie, Ik heb Jericho met zijn koning en zijn strijdbare helden in uw hand gegeven. U, alle strijdbare mannen, moet rondom de stad gaan, de stad één keer rondtrekken. Zo moet u zes dagen doen. Zeven priesters moeten voor de ark uit zeven ramsbazuinen dragen. En u moet op de zevende dag zeven keer rondom de stad gaan, en de priesters moeten op de bazuinen blazen. En het zal gebeuren, als men de langgerekte toon op de ramshoorn blaast, als u het bazuingeschal hoort, dat heel het volk een luid gejuich zal aanheffen. Dan zal de stadsmuur instorten en het volk moet eroverheen klimmen, ieder recht voor zich uit. Toen riep Jozua, de zoon van Nun, de priesters en zei tegen hen: Draag de ark van het verbond, en laat zeven priesters zeven ramsbazuinen dragen, voor de ark van de HEERE uit. En tegen het volk zei hij: Trek verder en ga rondom de stad, en wie toegerust is voor de strijd, moet voor de ark van de HEERE uit trekken. En het gebeurde zoals Jozua tot het volk gesproken had. De zeven priesters die de zeven ramsbazuinen droegen, trokken voor het aangezicht van de HEERE uit en bliezen op de bazuinen, en de ark van het verbond van de HEERE kwam achter hen aan. Wie toegerust was voor de strijd, ging voor de priesters uit die de bazuinen bliezen, en de achterhoede kwam achter de ark aan, terwijl men al lopend op de bazuinen blies. Jozua had het volk echter geboden: U mag niet juichen, u mag uw stem niet laten horen en geen woord mag er uit uw mond gaan, tot op de dag dat ik tegen u zeg: Juich! Dan moet u juichen. 
Hij liet de ark van de HEERE rondom de stad gaan, eenmaal eromheen. Toen kwamen zij weer in het kamp, en overnachtten in het kamp. Daarop stond Jozua 's morgens vroeg op en de priesters droegen de ark van de HEERE. De zeven priesters die de zeven ramsbazuinen droegen, voor de ark van de HEERE uit, liepen alsmaar door en bliezen op de bazuinen. Zij die toegerust waren voor de strijd, gingen voor hen uit en de achterhoede kwam achter de ark van de HEERE aan, terwijl men al lopend op de bazuinen blies. Zo gingen zij op de tweede dag eenmaal rondom de stad, en zij keerden terug in het kamp. Zo deden zij zes dagen lang. En het gebeurde op de zevende dag dat zij vroeg opstonden, zodra de dageraad aanbrak, en dat zij op dezelfde wijze rondom de stad gingen, zevenmaal. Alleen trokken zij op die dag zevenmaal rondom de stad. En het gebeurde, toen de priesters de zevende maal op de bazuinen bliezen, dat Jozua tegen het volk zei: Juich, want de HEERE heeft u de stad gegeven!


Wat een situatie! Zes dagen lang zonder te praten en alleen maar op de sjofar blazen! Dat was elke dag een hele tocht, in stilte gehoorzaam zijn.  De inwoners van Jericho hoorden het geluid van de sjofar maar wisten niet wat het betekende. Zo kun je veel dingen horen en lezen, maar de bedoeling niet begrijpen. Zij hoorden het geluid maar wisten niets van het naderende oordeel. Ja, ze wisten dat er iets ging gebeuren, maar niet dat het oordeel na zeven dagen zou komen en op deze manier. Zo gaat het vandaag de dag ook, mensen horen van alles, maar weten niet hoe en wanneer het oordeel komt! Ken jij het geluid van de bazuin? Weet je van het komende oordeel? 

Psalm 89:16-17 “Welzalig is het volk dat de klank van de bazuin kent, zij wandelen, HEERE, in het licht van Uw aangezicht. Zij verheugen zich de hele dag in Uw Naam en worden door Uw gerechtigheid verheven.

Het boek Openbaring is misschien wel het meest voor de hand liggende gedeelte waar er over de bazuin gesproken wordt. Er wordt maar liefst 13 keer gesproken over de bazuin! In hoofdstuk 8, 9, 10 en 11. De zeven gemeenten, boekrol met de zeven zegels, de zeven bazuinen die klinken en de zeven offerschalen. Telkens een aankondiging, de aankondiging van de komst van Jesjoea, waar het oordeel aan vooraf gaat.  

Openbaring 10:7 “Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals Hij Zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.” (NBV) 

Wat een prachtig geheim! Dan denken we aan Psalm 89:16a “Welzalig het volk dat de klank van de bazuin kent!

Herkennen wij de bazuin? Of is het nog stil in ons leven en leven we gewoon rustig door alsof er niets aan de hand is… 

1 Thessalonicenzen 4:16 “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.

God zal Zelf spreken, zal Zelf roepen. Net zoals Hijzelf de wet geschreven heeft, met Zijn vinger gegraveerd in de stenen tafels!  

Kinderverhalen: Vier je mee?

36371722 608099096242258 5909846188655378432 n

Bent u op zoek naar mooie kinderverhalen bij de Bijbelse feesten? Dan is “Vier je mee?” echt iets voor u. Het is een bundel met zes op de Bijbel gebaseerde verhalen, twee voor elk feest. In deze verhalen spelen kinderen de hoofdrol.

Een aantal 'juffen' uit onze gemeente hebben de verhalen geschreven onder redactie van Evert en Tineke van Balen.

Meer weten? Vierjemee@hotmail.com

Agenda

Bekijk de invulling van de komende samenkomsten (en de activiteiten rondom de feesten).

Feesten

icoon shofarHier komt u meer te weten over wat de Bijbelse feesten te zeggen hebben en hoe we invulling daaraan geven als gemeente.

Preken terugluisteren

icoon prekenLuister de preken en parasja's terug die de afgelopen tijd zijn gehouden in de gemeente.